Meneer Bromsnor (Mopperaar des Vaderland)


Geboren in Den Haag, waar mopperen een cultuurlaag is

Over de exacte geboorte­datum van Meneer Bromsnor bestaat enige onduide­lijkheid. Niet omdat hij die zelf niet weet, maar omdat hij van mening is dat de overheid al genoeg persoon­lijke gegevens van burgers verzamelt. Wat wél vast­staat: hij werd geboren in Den Haag, een stad waar men niet alleen vergadert over problemen, maar er ook speciaal commissies voor opricht.

Zijn wieg stond naar verluidt in een bescheiden woning waar zijn ouders al snel ontdekten dat hun zoon over een uit­zonder­lijk talent beschikte. Waar andere baby's huilden wanneer ze honger hadden, keek Meneer Bromsnor eerst ver­ont­waardigd naar de fles. Volgens familie­over­levering was zijn eerste verstaan­bare woord dan ook niet "mama" of "papa", maar "waarom?"

Die kritische houding zou hem zijn hele leven blijven achter­volgen.

Als kleuter had hij al een uitge­sproken mening over alles. Het speel­goed was volgens hem ondeug­delijk geprodu­ceerd, de limonade te zoet en de zandbak "een volstrekt ongecon­troleerde vorm van grond­beleid". Zijn ouders probeerden hem regel­matig tot wat meer optimisme te bewegen.

Tevergeefs.

Toen zijn moeder hem op een zonnige ochtend vroeg of hij lekker buiten wilde spelen, antwoordde hij: "Ja, maar waarom schijnt die zon eigen­lijk precies in mijn ogen?"

Het was het begin van een carrière.

De middelbare school: vijf jaar onderwijs en zes jaar ergernis

Op de middelbare school bleek al snel dat Meneer Bromsnor niet gemaakt was voor gezag zonder onder­bouwing. Leraren waardeerde hij vooral wanneer ze hun stand­punten konden verdedigen. Een docent die zei: "Omdat ik het zeg", kon rekenen op een lang­durige discussie die zelden eindigde vóór de bel.

Zijn favoriete vak was geschiedenis. Niet omdat hij het verleden zo interes­sant vond, maar omdat daar volgens hem ten­minste duide­lijk was wie verant­woorde­lijk was voor de ellende.

Bij maatschappij­leer kwam zijn talent pas echt tot bloei. Terwijl klas­genoten braaf werk­stukken maakten over democratie, schreef hij een betoog met de titel: "Waarom een commissie om te onder­zoeken waarom er zoveel commissies zijn geen goed idee is."

Het werkstuk kreeg een hoog cijfer.

Niet omdat de docent het ermee eens was, maar omdat hij geen tegen­argument kon bedenken.

Ook buiten het klas­lokaal bouwde Meneer Bromsnor aan zijn reputatie. Hij ergerde zich aan school­regels, te lange pauzes, te korte pauzes, slechte koffie, fietsen die verkeerd gepar­keerd stonden en vooral aan leer­lingen die "hun eigen mening" hadden zonder die eerst grondig te onder­bouwen.

Zijn bijnaam "Bromsnor" ontstond in deze periode. De snor zelf zou pas later ver­schijnen, maar zijn humeur was al volledig ont­wikkeld.

De eerste liefde: romantiek met bijsluiter

Ook in de liefde was Meneer Bromsnor geen een­voudige man.

Zijn eerste serieuze verliefd­heid ontstond tijdens zijn late tiener­jaren. Het meisje in kwestie vond hem aanvanke­lijk interes­sant. Hij kon immers goed praten, was geestig en had een scherp obser­vatie­vermogen.

Dat laatste bleek echter ook zijn probleem.

Tijdens hun eerste afspraakje merkte hij op dat het restaurant­menu "onnodig ingewikkeld" was. Vervolgens beklaagde hij zich over de muziek, de tempe­ratuur, de wachttijd en het feit dat de ober niet onmiddel­lijk kon uit­leggen waarom de prijzen waren gestegen.

Zijn date vond het uiteinde­lijk wel charmant.

Totdat hij haar vroeg waarom ze haar tas altijd precies midden op een stoel zette.

De relatie hield enkele maanden stand.

Daarna volgden verschil­lende romances. Sommige waren serieus, andere minder. Een enke­ling eindigde volgens de over­levering omdat zijn geliefde "niet langer tegen zijn gezeur kon". Meneer Bromsnor zelf formu­leerde het diplo­matieker: "Ze kon mijn intel­lectuele scherpte niet langer verdragen."

Toch is hij nooit een echte roman­ticus geworden. Waar andere mannen bloemen kochten, kwam hij aan­zetten met een krant waarin hij had onder­streept wat er volgens hem alle­maal mis was met de samen­leving.

Een rode roos is vergankelijk.

Een goede ergernis duurt jaren.


De journa­lis­tiek: einde­lijk een beroep waarin klagen wordt betaald

Na zijn school­tijd was het onver­mijdelijk dat Meneer Bromsnor in de jour­nalis­tiek terecht­kwam.

Hij begon bescheiden. Als jonge redac­teur mocht hij aan­vanke­lijk vooral teksten cor­rigeren en koffie halen. Dat laatste vond hij ver­schrik­kelijk, vooral omdat hij vond dat de koffie­automaat "een beledi­ging voor de mense­lijke bescha­ving" was.

Zijn eerste journa­lis­tieke stukken gingen over lokale politiek. Daar voelde hij zich onmid­del­lijk thuis.

Raadsverga­deringen bleken voor hem een soort all-you-can-mopperbuffet.

Bestuurders die vijf minuten te laat kwamen. Ambte­naren die nota's van 86 pagina's produ­ceerden. Politici die tijdens een debat vooral naar hun eigen partij­programma luisterden. Hij zag overal materiaal.

Zijn collega's ont­dekten boven­dien iets bij­zonders: Meneer Bromsnor hoefde geen onder­werp te krijgen. Hij vond het onderwerp zelf.

Een kapotte straat­lantaarn werd een analyse van gemeente­lijke incompe­tentie. Een ver­traagde trein werd een beschou­wing over nationale bestuur­lijke ver­loede­ring. Een verkeerde parkeer­boete werd aan­leiding voor een onder­zoek naar de toe­stand van de rechts­staat.

Hij kon van een vergeten prul­len­bak een natio­nale crisis maken.

En meestal had hij nog een punt ook.

De geboorte van de beroeps­mopperaar

Op een gegeven moment besloot Meneer Bromsnor dat gewone journa­lis­tiek hem onvol­doende ruimte bood.

Hij wilde niet alleen schrijven wat er gebeurde.

Hij wilde er ook bij vertel­len waarom het volgens hem alle­maal niet deugde.

Zo ontstond zijn digitale alter ego: Meneer Bromsnor, inmid­dels bekend als de "Mopperaar des Vader­land".

Op X (voorheen Twitter) vond hij zijn natuur­lijke habitat.

De snelheid van het plat­form paste perfect bij zijn tempe­rament. Zodra ergens iets gebeurde, stond hij klaar met een mening. Bij voor­keur binnen drie minuten, nog voordat iemand wist wat er precies was gebeurd.

Zijn werkwijze werd legendarisch.

Eerst fronste hij.

Daarna las hij het nieuws.

Vervolgens fronste hij nog harder.

Daarna schreef hij een bericht.

Zijn volgers herkenden inmid­dels de vaste ingre­diënten: maatschap­pe­lijke ergernis, poli­tieke satire, Haagse humor en een flinke dosis "vroeger was het ook al niks, maar nu is het helemaal niks".

Het mopperimperium

Met de groei van zijn beken­dheid veran­derde ook zijn positie. Hij was niet langer zomaar iemand die op X klaagde over de actua­liteit. Hij werd een soort digi­tale brom­beer met een vaste schare volgers.

Mensen kwamen speciaal naar zijn account om zich te ergeren aan wat hem ergerde.

Dat klinkt para­doxaal, maar op X is niets onmoge­lijk.

Zijn onderwerpen varieer­den van politiek en jour­nalis­tiek tot bureau­cratie, woke-taal, openbaar vervoer, verkiezingen, overheids­beleid, sport, televisie, reclame, regen, hitte, kou en mensen die hun telefoon luid­ruchtig in het openbaar vervoer gebruikten.

Voor vrijwel ieder maat­schap­pe­lijk probleem had hij een oplossing.

Die oplossing luidde opval­lend vaak: "Stop ermee."

Zijn humor was scherp, soms genade­loos en bewust over­dreven. Hij had een hekel aan heilige huisjes, vooral omdat hij vond dat ze te weinig venti­latie hadden.

Politici waren een geliefd doelwit, maar hij spaarde ook zijn eigen kamp niet. Zodra iemand beweerde namens "de gewone Nederlander" te spreken, vroeg Meneer Bromsnor zich af welke gewone Nederlander precies was aan­gewezen als vertegen­woordiger.

Privéleven: achter iedere bromsnor zit een mens

Wie denkt dat Meneer Bromsnor thuis de hele dag loopt te mopperen, vergist zich.

Hij moppert namelijk ook zittend.

In zijn vrije tijd geniet hij van rustige avonden, goede gesprek­ken en een krant zonder schreeu­wende koppen. Dat laatste is lastig, want volgens hem bestaan kranten­koppen tegen­woordig vooral uit uit­roep­tekens.

Zijn vrienden omschrijven hem als loyaal, geestig en ver­rassend behulp­zaam.

"Je kunt altijd bij hem terecht," zeggen ze.

"Maar vraag hem daarna niet wat hij van je probleem vindt."

Want een advies van Meneer Bromsnor komt zelden zonder bij­sluiter.

Mopperaar des Vaderland

Vandaag de dag geldt Meneer Bromsnor als een van de markant­ste figuren binnen de X-cultuur. Zijn levens­motto is een­voudig: als iets goed gaat, is dat mooi; als iets fout gaat, is het voer voor een post.

Hij beweert zelf dat hij helemaal geen beroeps­mopperaar is.

"Ik ben realist," zegt hij.

"Ik constateer slechts dat er bijzonder veel te con­sta­teren valt."

Daarmee vat hij zijn carrière mis­schien wel het beste samen.

Hij werd geboren in Den Haag, groeide op tussen politiek en bureau­cratie, ontdekte op school dat auto­riteit niet auto­matisch gelijk heeft, beleefde een aantal roman­tische rampen, belandde in de jour­nalis­tiek en vond uit­einde­lijk op X zijn ideale werkplek.

Een man.

Een snor.

Een toetsenbord.

En een eindeloze voorraad erger­nissen.

Nederland kan opge­lucht adem­halen.

Meneer Bromsnor is voor­lopig nog lang niet uit­gemop­perd.